Triggers


Door triggers in te stellen zorgt u dat in werkorders met het selecteren van bepaalde bewerkingen daarmee altijd ook de optie Interne opdracht, APK, of Bandenwissel automatisch wordt aangevinkt. Hiermee voorkomt u dat het aanvinken van een optie per ongeluk vergeten wordt.


Volg onderstaande stappen om triggers in te stellen:


  1. Klik bovenaan in de menubalk naar de optie Systeem.
  2. Selecteer de optie Beheer.
  3. Klik met de rechtermuisknop op de groene PLAN-IT balk.
  4. Selecteer de optie Systeeminstellingen.
  5. Ga naar het tabblad Triggers.




Hier kunt u aanvinken of u triggers wilt gebruiken voor de opties Interne opdracht, APK, of Bandenwissel. Klik vervolgens op de knop Toevoegen om een nieuwe trigger aan te maken.


Het venster Triggers verschijnt:




Selecteer bij Vestiging of u de trigger in alle vestigingen wilt toepassen of alleen in een specifieke vestiging. Vul vervolgens bij Trigger een woord in in waarop deze moet reageren. Hier vult u de naam van een bewerking of een extra bewerking in. Door een gedeelte van een naam in te vullen kunt u de trigger voor meerdere bewerkingen met dat zelfde gedeelte in de naam instellen.


Wanneer u nu in een werkorder een bewerking of extra bewerking selecteert waarvoor een trigger is aangemaakt, zal daarmee de optie Interne opdracht, APK, of Bandenwissel automatisch worden aangevinkt (afhankelijk bij welke van de drie opties de trigger is aangemaakt).




Ga terug