Beschrijving Autoline_Statussen parameters


De Autoline_Statussen.exe wordt gebruikt om statussen uit Autoline te halen in in Plan-IT te verwerken. Ook wordt deze functie gebruikt om een extra controle uit te voeren om te kijken of de plandatum in Plan-IT overeenkomt met de plandatum in Autoline. Ook wordt nog een keer belangrijke informatie uit Autoline gehaald en aangepast in Plan-IT (wachter, tijdsafspraak, receptionist gewijzigd)


Let op: dit programma moet uitgevoerd worden op de server waar de ODBC op draait.


Er zijn verschillende mogelijkheden om de gegevens op te halen. Dit wordt door middel van parameters geregeld. Hier een beschrijving van deze parameters:


Parameter 1: Deze parameter geeft aan of er een centraal of decentraal receptiebestand gebruikt wordt in Autoline. Dit zijn de mogelijkheden:


0 = Receptionisten worden per vestiging bijgehouden in Autoline
1 = Receptionisten worden centraal bijgehouden in Autoline


Parameter 2: Deze parameter geeft aan hoeveel logging je wilt zien als de service loopt. Deze logging kan gebruikt worden om te debuggen. Er zijn verschillende mogelijkheden:


1 = Minimale logging (alleen dat de service is gestart of onbedoeld gestopt)
2 = Maximale logging (hier geeft het systeem precies terug welke queries gebruikt worden en wat het antwoord is van Autoline)
3 = Logging om CRM_API te volgen
5 = Logging om index probleem te onderzoeken


Parameter 3: Deze parameter geeft aan welke koppeling gebruikt moet worden. Er zijn verschillende mogelijkheden


-1 = Dit is de standaard koppeling als de 'laatbak' van autoline aanstaat en de tijdnotatie 9.00
0 = Dit is de standaard koppeling als de 'laatbak' van autoline aanstaat en de tijdnotatie 9,00
1 = Dit is de Stern koppeling
2 = Dit is de ASV koppeling
3 = Dit is de Amega koppeling
4 = Dit is de Wensink koppeling
5 = Dit is de BMW koppeling
6 = Dit is de standaard koppeling als de 'laatbak' van autoline uit staat


11= Deze is hetzelfde als parameter 6 met een extra toevoeging dat er een controle wordt gedaan op de sleutel uit datum ten opzichte van de plandatum. Hierdoor wordt de status opgehaald beter afgehandeld bij vervolgafspraken in Autoline.


(parameter -1, 2, 4, 5 en 6 zijn gelijk. Het maakt hier dus niet zoveel uit welke parameter gebruikt wordt, voor de duidelijkheid wordt deze echter meestal gelijk gehouden aan de derde parameter van de Autoline_Werkorders.exe)


Parameter 4: Deze parameter geeft aan of de controle uitgevoerd moet worden of de plandatum in Autoline afwijkt van de plandatum in Plan-IT. Als deze parameter op 0 staat wordt deze controle uitgevoerd, als deze parameter op 1 staat wordt deze controle niet uitgevoerd. Als de laatbak is uitgeschakeld wordt deze parameter meestal op 1 gezet. Je maakt namelijk helemaal niet meer gebruik van de planning van Autoline, dus het heeft geen zin om deze controle uit te voeren.


Parameter 5: Deze parameter geeft aan hoe lang de service moet wachten tot de volgende run wordt gedaan. Als hier niets wordt meegegeven dan komt hij standaard op 0 te staan en wacht het programma 10 minuten. Hier kan dus elke waarden worden ingegeven. De waarde zijn seconden. Minimale waarde is 30 seconden.


De meest voorkomende instelling is: Autoline_Statussen.exe 1 1 6 1




Ga terug