FAQ


Beschrijving Autoline_Statussen parameters


11-05-2017

De Autoline_Statussen.exe wordt gebruikt om statussen uit Autoline te halen in in Plan-IT te verwerken. Ook wordt deze functie gebruikt om een extra controle uit te voeren om te kijken of de plandatum in Plan-IT overeenkomt met de plandatum in Autoline. Ook wordt nog een keer belangrijke informatie uit Autoline gehaald en aangepast in Plan-IT (wachter, tijdsafspraak, receptionist gewijzigd)

Er zijn verschillende mogelijkheden om de gegevens op te halen. Dit wordt door middel van parameters geregeld. Hier een beschrijving van deze parameters:

Parameter 1:  Deze parameter geeft aan of er een centraal of decentraal receptiebestand gebruikt wordt in Autoline. Dit zijn de mogelijkheden:

0 = Receptionisten worden per vestiging bijgehouden in Autoline
1 = Receptionisten worden centraal bijgehouden in Autoline

Parameter 2: Deze parameter geeft aan hoeveel logging je wilt zien als de service loopt. Deze logging kan gebruikt worden om te debuggen. Er zijn verschillende mogelijkheden:

1 = Minimale logging (alleen dat de service is gestart of onbedoeld gestopt)
2 = Maximale logging (hier geeft het systeem precies terug welke queries gebruikt worden en wat het antwoord is van Autoline

Parameter 3: Deze parameter geeft aan welke koppeling gebruikt moet worden. Er zijn verschillende mogelijkheden

-1 = Dit is de standaard koppeling als de 'laatbak' van autoline aanstaat en de tijdnotatie 9.00
0 = Dit is de standaard koppeling als de 'laatbak' van autoline aanstaat en de tijdnotatie 9,00
1 = Dit is de Stern koppeling
2 = Dit is de ASV koppeling
3 = Dit is de Amega koppeling
4 = Dit is de Wensink koppeling
5 = Dit is de BMW koppeling
6 = Dit is de standaard koppeling als de 'laatbak' van autoline uit staat

(parameter -1, 2, 4, 5 en 6 zijn gelijk. Het maakt hier dus niet zoveel uit welke parameter gebruikt wordt, voor de duidelijkheid wordt deze echter meestal gelijk gehouden aan de derde parameter van de Autoline_Werkorders.exe)

Parameter 4: Deze parameter geeft aan of de controle uitgevoerd moet worden of de plandatum in Autoline afwijkt van de plandatum in Plan-IT. Als deze parameter op 0 staat wordt deze controle uitgevoerd, als deze parameter op 1 staat wordt deze controle niet uitgevoerd. Als de laatbak is uitgeschakeld wordt deze parameter meestal op 1 gezet. Je maakt namelijk helemaal niet meer gebruik van de planning van Autoline, dus het heeft geen zin om deze controle uit te voeren.

Parameter 5: Deze parameter geeft aan hoe lang de service moet wachten tot de volgende run wordt gedaan. Als hier niets wordt meegegeven dan komt hij standaard op 0 te staan en wacht het programma 10 minuten. Hier kan dus elke waarden worden ingegeven. De waarde zijn seconden. Minimale waarde is 30 seconden.

De meest voorkomende instelling is: Autoline_Statussen.exe 1 1 6 1



< Terug naar het FAQ overzicht


© 2013 JDS bedrijfsautomatisering bv. Alle rechten voorbehouden.

Deutsch